Newsflash

Zevende CIRCE cursus voor leraren klassieke talen in Fano (Italië) van 8 tot 15 juli 2012. De deadline voor Europese beursaanvragen is 16 januari 2012. Voor meer info klik op CIRCE cursussen  in het menu

 
Welkom arrow CIRCE Materialen arrow Klassieke talen in Europa arrow Duitsland
Circe Menu
Facebook
LOGIN
Wachtwoord vergeten?
Nog geen account? Maak er één aan!
Latijn en Grieks in de Bondsrepubliek Duitsland Afdrukken E-mail

Auteurs: Hans-Joachim Glücklich, e-mail: Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken en
Ivo Gottwald, e-mail: Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken

1. De federale structuur van de Bondsrepubliek Duitsland
De Bondsrepubliek Duitsland bestaat uit 16 deelstaten: Baden-Württemberg; Bayern; Berlin; Brandenburg; Bremen; Hamburg; Hessen; Mecklenburg-Vorpommern; Nordrhein-Westfalen; Niedersachsen; Rheinland-Pfalz; Sachsen; Sachsen-Anhalt; Saarland; Schleswig-Holstein; Thüringen. De deelstaten bepalen zelf, hoe in hun regio het onderwijs georganiseerd wordt: iedere deelstaat heeft haar eigen regelgeving voor de schooltypes, de openingsuren van de school, de onderwezen vakken, de leerplannen, de lerarenopleiding  en de vakantieperiodes. Deze methode wordt door sommigen als “kleinstaats“ bekritiseerd, door anderen gezien als een mogelijkheid om de concurrentie tussen de deelstaten in het onderwijs aan te wakkeren. De adressen van de onderwijsministeries vindt men bij voorbeeld op http://www.kmk.org/service/home.htm

2. Het onderwijs in geledingen in de  Bondsrepubliek Duitsland
Ondanks de 16 mogelijkheden om het onderwijs te organiseren zijn de schoolsystemen in Duitsland in wezen gelijk. In het zogenoemd onderwijs in geledingen gaan alle kinderen in de “Primarstufe” van de 1e tot de 4e of tot de 6e klas naar de ‘Grundschule’. Daarna moeten leraars en ouders beslissen of de kinderen  de ‘Sekundarstufe I’ in de ‘Hauptschule’ (tot de 9e klas), in de ‘Real’  ‘Mittel’ of  ‘Sekundar’ Schule (tot de 10e klas) of in het ‘Gymnasium’ (met ‘Sekundarstufe II’ tot de 12e of 13e klas) volgen. Daarnaast bieden enkele deelstaten  ‘Gesamtschulen’ aan,  die de opgaven van ‘Realschule’ en ‘Gymnasium’ verenigen. Latijn en Grieks wordt enkel in het ‘Gymnasium’ en in de ‘Gesamtschule’ onderwezen.
Het zogenoemde onderwijs in geledingen is verdeeld in: ‘Grundschule’ (meestal de 1e tot de 4e klas, dan ofwel ‘Hauptschule’ (5e tot 9e klas) of ‘Realschule’ (5e tot 10e klas) of ‘Gymnasium’ (5e tot 13e klas). Algemeen worden de eerste vier jaren als ‘Primarstufe’, het 7e tot het 10e jaar als ‘Sekundarstufe I’, het 11e tot het 13e jaar als ‘Sekundarstufe II’ aangeduid.  het 5e en het 6e jaar zijn de zogenaamde ‘Orientierungsstufe’.

3. Afwijkingen in het schoolsysteem van de afzonderlijke deelstaten.
Naargelang de deelstaat kan de ‘Grundschule’ vier of zes jaar duren. Daardoor kunnen de kinderen het ‘Gymnasium’ vanaf de 5e klas of vanaf de 7e klas volgen. Ook een latere wissel vanuit een andere school naar het ‘Gymnasium’ (en omgekeerd) is mogelijk. Het ‘Abitur’ (de afsluiting van ‘Sekundarstufe II’ dat de maturiteit voor het hoger onderwijs aangeeft) kunnen de leerlingen in sommige deelstaten eerst na 13 jaar, in andere reeds na 12 jaar afleggen. (De historische achtergrond is dat de deelstaten uit de vroegere DDR, die  globaal in 1990 met de hervereniging van Duitsland het onderwijssysteem van de BRD zonder kritiek overgenomen hebben, gedeeltelijk nog bij de oude DDR regeling gebleven zijn, waardoor het ‘Abitur’ in principe reeds na 12 schooljaren kan afgelegd worden.

4. Leerplannen in de afzonderlijke deelstaten
Iedere deelstaat heeft zijn eigen leerplannen. Ze kunnen gedeeltelijk op de webadressen van de onderwijsministeries van de deelstaten ingekeken worden. De leerplannen beschrijven de leerinhouden, gedeeltelijk ook de leermethoden.  Sommige deelstaten nemen genoegen met de minimalistische leerplannen (bij voorbeeld Sachsen-Anhalt), andere omvatten uitgebreide didactische en methodiek gebonden raadgevingen.(vb. Nordrhein-Westfalen). Voor wie interesse heeft, kan in de leerplan databank van de BRD onderwijsministersconferentie op zoektocht gaan: www.db.kmk.org/lehrplan . Uit de diversiteit van de leerplannen kan men opmaken dat voor alle vakken, schooltypes en deelstaten over heel Duistland meerdere duizenden leerboeken worden gebruikt.

5. Onderwijsstandaarden
Op het einde van het 10e jaar moet echter aan bepaalde voorwaarden voor een afsluiting van de ‘Sekundarstufe I’ (Mittelstufe) respectievelijk voor de overgang naar de ‘Oberstufe’ voldaan zijn. Deze zogenaamde standaarden zijn intussen in meerder deelstaten verplicht. Dit ligt in de lijn van een eenmaking van de vereisten in de deelstaten en een aanpassing aan de Europese standaardnormen.

6. Vorm van het maturiteitsexamen
Het examen ter afsluiting van de ‘Sekundarstufe II’ heet in Duitsland traditioneel ‘Abitur’. De leerlingen leggen op het einde van het 12e respectievelijk 13e schooljaar meerdere schriftelijke en mondelinge proeven af , waaronder ook examens in Latijn of Grieks moegelijk zijn. Het ‘Abitur’ (maturiteitsexamen) geeft toegang tot hogere studies.
Op het einde van de jaren 70 zijn de deelstaten in de onderwijsministerconferentie „Einheitliche Prüfungsanforderungen“ (EPA) tot uniforme examenvereisten voor alle vakken  gekomen. Die zijn in 1980 gepubliceerd. Ze moeten de vergelijking van het maturiteitsexamen ondanks de verschillen in de schoolorganisatie van de deelstaten garanderen. De laatste aanpassingen van de EPA dateren van 2005. U kan ze raadplegen op www.kmk.org/doc/beschl/196-17_EPA-Latein.pdf en
www.kmk.org/doc/beschl/196-14_EPA-Griechisch.pdf .
De examenopgaven voor Latijn en Grieks worden in sommige deelstaten door de respectievelijke vakleerkracht opgesteld. Hij doet twee voorstellen die geëxamineerd moeten worden, uiteindelijk legt de onderwijsadministratie een van de voorstellen als examenopgave vast. In andere deelstaten worden de opgaven centraal uitgewerkt, zodat alle examinandi te gelijkertijd dezelfde opgaven moeten verwerken.

7. Gymnasium types
Naast de gymnasia zonder specialisatie zijn er de traditionele gymnasia die kwalitatieve en kwantitatieve zwaartepunten in de oude talen, de moderne talen, de natuurwetenschappelijke vakken en de muzische vakken vastleggen. Sommige gymnasia hebben zelfs meerdere zwaartepunten. Gymnasia met een specialisatie in talen eisen en geven les in drie vreemde talen. Verdere talen kunnen naargelang de regionale voorwaarden in werkgroepen aangeleerd worden. 

8. Begin en duur van de lessen Latijn en Grieks.

a. Lestypes van het onderwijs Latijn
Latijn kan men in het gymnasium vanaf de 5e klas volgen (L I), vanaf de 7e klas (Latijn II), vanaf de 9e klas (L III) of vanaf de 11e klas (L IV). Hier leren de leerlingen van de 5e klas niet per se met Latijn hun eerste vreemde taal. Op vele plaatsen wordt Engels intussen reeds in de ‘Grundschule’ onderwezen. Latijn kan bovendien aan universiteiten (meestal in overvolle cursussen) of aan de volkshogescholen gevolgd worden. 

b. Het onderwijs Grieks
Grieks bestaat als derde vreemde taal vanaf de 8e of 9e klas van de klassieke gymnasia, in sommige gymnasia bovendien in werkgroepen.

In sommige deelstaten moeten de leerlingen in de ‘Sekundarstufe II’ beslissen of ze Latijn en Grieks als basis of prestatievak (Leistungskurs) willen afleggen. Basisvakken zijn in principe vakken van 3 lesuur, prestatievakken zijn 5 lesuur.  Prestatievakken eisen een omvangrijk weten en kunnen, hebben een breed verplichte lectuur programma en verstrekken zoals alle prestatievakken in het studiegebied talen elementaire technieken zoals interpretatievaardigheden, gebruik van hulpmiddelen, de verschillende vormen van schriftelijke en mondelinge communicatie (zoals een spreekbeurt en een discussie).
Andere deelstaten hebben de verdeling van het onderwijs in basis en prestatievak laten vallen.    

9. ‘Latinum’ und ‘Graecum’
Zijn kennis in het Latijn of het Grieks kan men in Duitsland traditioneel bewijzen met  het ‘Latinum’ of ‘Graecum’. Leerlingen die Latijn leren behalen het Latinum/Graecum, wanneer ze vier tot vijf jaar Latijn gestudeerd hebben en het vak tenminste met ‘voldoende’ (4 = D) afsluiten. Buiten de school biedt de onderwijsadministratie externe examens voor het  Latinum/Graecum (met schriftelijke en mondelinge proeven) aan. Deze examens worden gek genoeg alleen geattesteerd als de examinandus zijn maturiteitsproef heeft afgelegd. De nationale principes voor Latinum en Graecum vindt u op: www.kmk.org/doc/beschl/Latinum_Graecum.pdf
Het Latinum of Graecum is voor sommige studie en promotievakken vereist. Maar de bepalingen variëren hier van hogeschool tot hogeschool en van instituut tot instituut. (Overzichten heeft de Duitse klassieke filologenvereniging samengesteld). Intussen zijn er aan de hogescholen ook examens om de (basis)kennis van Latijn en/of Grieks te bewijzen. 

10. Leerlingenaantallen
Latijn kan rekenen op een zekere geliefdheid bij ouders en leerlingen. Ongeveer 660.000 leerlingen volgen jaarlijks Latijn in Duitse scholen. Dat komt overeen met ongeveer 28 % van de gymnasiumleerlingen.
Terwijl Latijn II en ook dikwijls Latijn I groeiende deelnemersaantallen kunnen voorleggen, dalen de cijfers in Latijn III. In de ‘Oberstufe’ was jarenlang een afbrokkelen van het aantal deelnemers te merken (de leerlingen kunnen in ‘Sekundarstufe II’ bepaalde vakken laten vallen). Nu schijnen de cijfers zich te stabiliseren, waarbij grote verschillen merkbaar zijn tussen de deelstaten. Grieks wordt nationaal jaarlijks door 13.300 leerlingen gevolgd.
Vele klassieke gymnasia die met Latijn in de 5e klas beginnen hebben ook een toeloop. Ze bieden  intussen Engels met een beperkt urenaantal parallel met Latijn aan. Dat betekent: leerlingen die in de  ‘Grundschule” Engels gevolgd hebben, kunnen dit ook in het klassieke gymnasium zonder onderbreking verder doen. Alleen is nu Latijn met 5 lesuren het hoofdvak. Dit model is in verschillende varianten in Duitse scholen ingevoerd en zorgt ervoor dat leerlingen zowel als ouders een hoge flexibiliteit aan de dag kunnen leggen (in Baden-Württemberg heet dit bij voorbeeld het „Biberacher Modell“, in Rheinland-Pfalz „Latein plus“).

11. Lesprincipes
De leerplannen en de les maken een duidelijk onderscheid tussen een handboek – fase en een lectuur – fase. Desalniettemin zijn er zowel in Latijn als in Grieks tendensen om beide fases precies op elkaar af te stemmen, zodat de grammatica door middel van teksten aangeleerd wordt. Bij de lectuur zijn werklectuur en thematische lectuur in evenwicht, meestal worden ze verbonden, dat wil zeggen, een literair werk of uittreksels ervan worden vanuit een thematisch oogpunt gelezen: bij voorbeeld Caesars Bellum Gallicum vanuit het standpunt  „Politik en Propaganda“, „bellum iustum“ od „Profiel van een Machtmens“). Men gaat dus delen van een literair werk vanuit verschillende thematische invalshoeken benaderen (aaneenschakelingen  vormen) en uiteindelijk deze thematische invalshoeken als deel van een algemeen thema  behandelen.
De leerkrachten glijden in de theorie en ook in de praktijk steeds meer weg van het frontale en leerkracht – gecentraliseerd onderwijs. Ze proberen door actieverbonden onderwijs de zelfstandigheid, de activiteit en de creativiteit van de leerlingen te stimuleren en levendig te houden.   
Museumbezoeken en uitstappen spelen een belangrijke rol. Deze activiteiten zijn  zelden door de staat financieel ondersteund. De ouders betalen of de schoolverenigingen ondersteunen de activiteiten, zoals eigen productie van teksten en verhandelingen, deelname aan wedstrijden en vakoverschrijdende projecten.     

12. Handboeken en bloemlezingen voor het vak Latijn 
a) Handboeken

Alle moderne handboeken proberen teksten aan te bieden en de grammatica door middel van de tekst aan te brengen. Tenminste, als de grammatica probleemstelling tekstverbonden kan aangebracht worden. (vb. tijden)  Ze proberen bovendien een totaalbeeld van de Romeinse Oudheid en dikwijls ook van Latijn door de eeuwen heen te integreren. Daarvoor worden ook geschiedenis, de auteurs, de literaire werken, archeologie en de receptie van de oudheid belicht.
In Duitsland zijn zeer veel moderne onderwijsboeken met rijkelijke vormgeving  verschenen. Een opsomming zou te ver voeren. Een beperkte lijst van de meest gekende handboeken voor Latijn II: „Arcus“ (1995), „Cursus continuus“ (1995), „Felix“ (1995), „Interesse“ (1996), „Iter Romanum“ (1996), „Lumina“ (1998), „Ostia altera“(1995), „prima“ (2004), „Salvete“ (1995).

b) Bloemlezingen
In Duitsland zijn er talrijke, deels excellente, bloemlezingen.  Moderne uitgaven bieden een synoptisch commentaar, dat niet alleen de woordenschat verduidelijkt maar ook tekstinterne en tekstexterne samenhang beschrijft. Bovendien bevatten de uitgaven dikwijls vergelijkende teksten, receptiedocumenten (teksten en afbeeldingen) evenals opgaven en  stimuli voor werken aan de teksten. Deze opgaven gaan uit van de tekstobservatie en stimuleren tot vergelijking en zelfreflectie. Zo wordt het zelfstandig werken van de leerlingen ingeoefend.
Belangrijke reeksen van bloemlezingen zijn naast vele andere: „Altsprachliche Textausgaben“ (Klett, sinds 1977); „Antike und Gegenwart“ (Buchners, sinds 1990). „Exempla“ (Vandenhoeck und Ruprecht, sinds 1980).
Intussen zijn er zelfs eigen bloemlezingreeksen voor de overgang en beginliteratuur. (Overgangsliteratuur is de literatuur direct na het handboek of in de laatste handboekfase. Beginliteratuur zijn de eerste leerboek – onafhankelijke teksten. Daarbij wordt er bijzondere aandacht besteed aan de verbinding met grammatica, de verwerving van woordenschat en wordt de leescompetentie ingeoefend. ) Belangrijke reeksen voor de overgang en beginlectuur zijn: „clara“ (Vandenhoeck und Ruprecht, sinds 2002), „Transit“ (Buchner, sinds 1994), „Transfer“ (Buchner, sinds 2003).

13. Handboeken en bloemlezingen voor de lessen Grieks
a) Handboeken
Ook voor het vak Grieks heeft het tekstprincipe zich in handboeken doorgezet. Er zijn drie recente handboeken: „Kantharos“ (1982) met een voorbereidende cursus „Kantharidion“ (1997), „Lexis“ (nieuwe editie 1988) en „Hellas“ (1999). „Kantharos“ geniet de grootste populariteit – van „Lexis“ zijn enkel nog restexemplaren te verkrijgen en het uitstekende „Hellas“ is met meer dan 100 hoofdstukken over het tijdsbudget van de meeste scholen. – Experimenten, om het aanleren van het Oudgrieks met de rudimentaire kennis van het Nieuwgrieks te  verbinden krijgen ondersteuning door handleidingen (didactisch  –  methodische uitgaven van de ‘grijze markt van de instituten voor lerarennascholing in de deelstaten). Het handboek „Lexis“  heeft zelfs een soort parallel handboek voor Nieuwgrieks.
Voor de lessen Grieks heeft dus het tekstprincipe zich doorgezet. Er zijn drie recente handboeken: Hellas (1999), Lexis (nieuwe editie 1988), Kantharos (1982) met toevoeging Kantharidion (1997), het meest wordt tegenwoordig Kantharos gebruikt, waarvan de teksten omvangrijker zijn als die van Lexis, waarvan het grammaticadeel dan weer kleiner is als dat van Hellas. Recentelijk probeert men het aanleren van Oudgrieks te verbinden met het Nieuwgrieks.

b) Bloemlezingen
Uitgeverijen zijn niet happig op Griekse bloemlezingen vanwege het lage aantal leerlingen en de daardoor geringe afzetmarkt. De leerkrachten moeten daarom dikwijls terugvallen op oudere bloemlezingen of zelf tekst en commentaar opstellen.
Bloemlezingen voor de lessen Grieks zijn moeilijk te maken en overeenkomstig zeldzaam.

14. Historiek van de lessen antieke talen
Latijn was eeuwenlang een kernvak van het Duitse schoolsysteem. (vergelijk hiervoor  Friedrich Paulsen: Geschichte des Gelehrten Unterrichts. 2 banden, 3e uitgebreide oplage met nawoord van  R. Lehmann, Berlin/Leipzig Bd. 1:  1919, Bd. 2: 1921). In de 19e eeuw was het verplicht Latijn en Grieks te studeren indien men naar de universiteit wou.  Niettemin plaatste keizer Wilhelm II. in 1900 de minder humanistische en eerder natuurwetenschappelijk gerichte andere Oberschulen op gelijke voet met het  humanistisch Gymnasium. Vooral Latijn speelde echter zoals voordien een belangrijke rol in de scholen. De nationaalsocialistische dictatuur liet in 1938 het humanistische Gymnasium als „Sonderform“ van de  Oberschule – enkel voor jongens – toe en maakte tegelijkertijd het onderwijs van het Latijn als tweede vreemde taal verplicht.  
Na 1945 bouwde het nieuwe West- Duitsland (Bondsrepubliek Duitsland) het veelvoudige schoolsysteem (zie boven) uit – op passende wijze nam het onderwijs in oude tale een hoge vlucht. (Vgl. Stefan Kipf: Altsprachlicher Unterricht in der Bundesrepublik Deutschland. Historische Entwicklung, didaktische Konzepte und methodische Grundfragen von der Nachkriegszeit bis zum Ende des 20. Jahrhunderts. Bamberg 2006.) Oost - Duitsland (Duitse Democratische  Republiek) centraliseerde  het onderwijs en bouwde naar sovjet voorbeeld en met reformpedagogische overwegingen in het achterhoofd een ‘algemeen vormende polytechnische school’ uit, waarin Latijn en Grieks een kleine rol speelden. Er waren slechts zes „Erweiterte Oberschulen“, waarin Latijn vanaf de 9e klas en Grieks vanaf de 10e klas onderwezen werden. De andere Oberschulen boden Latijn hoogstens als keuzevak in de vorm van een inleidingcursus aan. (Vgl. Manfred Bauder: Der Lateinunterricht in der DDR. Anspruch und Wirklichkeit. Berlijn 1999.)
Toen in West – Duistland naar aanleiding van een boek van de pedagoog  Shaul Robinsohn (Bildungsreform als Revision des Curriculum. Neuwied/Berlijn 41972.) een discussie over de inhoud van een modern curriculum op gang kwam, waren de oude talen gedwongen hun bestaansrecht in de schoolopvoeding te rechtvaardigen.  Ze hebben deze kans benut (zonder het zelf als dusdanig te ervaren) om hun didactiek en methodiek grondig te herwerken en goede beweegredenen voor de lessen Latijn te ontwikkelen. (Vgl. Rainer Nickel: Die Alten Sprachen in der Schule. Kiel 1974, 2. uitgebreide editie Frankfurt am Main 1978; Hans-Joachim Glücklich: Lateinunterricht. Didaktik und Methodik, Göttingen 1978, 2. vervolledigde editie 1993; Friedrich Maier: Lateinunterricht zwischen Tradition und Fortschritt. Bamberg, band 1: 1979, band 2: 1984, Band 3: 1985; Klaus Westphalen: Basissprache Latein. Argumentationshilfen für Lateinlehrer und Freunde der Antike. Bamberg 1992.)
Latijn was eeuwenlang een kernvak van het Duitse schoolsysteem. Steeds weer heeft het vijandige houdingen en crisissen overwonnen, zo ook in 1968, toen S. R. Robinsohn van mening was dat Latijn in een modern curriculum niets te zoeken had (S. R. Robinsohn: Bildungsreform als Revision des Curriculum, Neuwied/Berlijn 41972). De Duitse vereniging van klassieke filologen heeft destijds met speciale expertcommissies dit oordeel weerlegt en goede redenen voor het Latijn kunnen aanbrengen. Vele daarvan zijn verzameld in:
Nickel, R.: Die Alten Sprachen in der Schule, Kiel 1974, 2e uitgebreide editie Frankfurt am Main 1978
Glücklich, H.-J.: Lateinunterricht. Didaktik und Methodik, Göttingen 1978, 2e vervolledigde editie 1993
Maier, F.: Lateinunterricht zwischen Tradition und Fortschritt, 3 banden  Bamberg, band 1: 1979, band 2: 1984, band 3: 1985.
Westphalen, K.: Basissprache Latein. Argumentationshilfen für Lateinlehrer und Freunde der Antike, Bamberg 1992.
Vgl. ook het katern  "Latinum. Latein in der Schule und für das Studium", uitgegeven door de commissie Latijn van de Duitse vereniging van klassieke filologen. (zonder jaargang)
Grieks was in de 20e eeuw voornamelijk een zaak van de gymnasia met klassieke talen, het bleef dan ook tot hen beperkt. Vandaag kan men in Duitsland van een gevestigd onderwijs Latijn spreken. Ongeveer 660000 leerlingen leren jaarlijks Latijn. Het onderwijs Grieks wordt jaarlijks door ongeveer 13500 leerlingen gevolgd.

15. Bibliografie:
Verdere literatuur kan men bij voorbeeld uit de volgende bibliografieën ontlenen.
A. Müller/ M. Schauer: Bibliographie für den Lateinunterricht. Clavis Didactica Latina, Bamberg 1994.
A. Müller/ M.  Schauer: Bibliographie für den Griechischunterricht. Clavis Didactica Graeca, Bamberg 1996.


16. Leerkrachten
Er zijn ongeveer 9000 leerkrachten Latijn in Duitsland. Leerkrachten Grieks hebben meestal ook Latijn als vak, slechts zelden andere vakken. Opvolging ontbreekt door de jarenlange antireclame ook van de ministeries van cultuur, niet alleen voor het vak Latijn.
Wie vandaag leerkracht Latijn wil worden, kan rekenen op een aanstelling. Wie leerkracht Grieks wil worden, zou liefst twee andere vakken mee opnemen, zodat hij veelvoudig inzetbaar is, voor het geval dat hij niet direct na zijn studies een aanstelling in de klassieke gymnasia verworven heeft. Vandaag zijn evenwel ook voor jonge leerkrachten Grieks de kansen op een onmiddellijke aanstelling aan een klassiek gymnasium zeer groot, omdat in de komende jaren een pensioneringsgolf te verwachten is. De doorsnee leeftijd van leerkrachten Grieks is nog zeer hoog.    
Leerkrachten in openbare dienst worden in Duitsland goed betaald, zij het volgens verschillende systemen: sommige leerkrachten zijn bedienden, andere hebben een ambtenaarstatuut. (Dit heeft zijn weerslag op het loon omdat ambtenaren bijna geen sociale lasten betalen) Het aantal verplichte contacturen per week bedraagt ongeveer 25 lestijden.

17. Duitse klassieke filologenvereniging.
De Duitse klassieke filologenvereniging (DAV) heeft 5832 leden, zodat men kan stellen dat minstens de helft van alle leerkrachten Grieks en Latijn van Duitsland (ca. 9000) aangesloten zijn. De vereniging organiseert om de twee jaar een groot congres, waaraan telkens ongeveer 900 personen deelnemen. Hier wordt ook de publieksaantrekkelijke ‘Humanismeprijs’ uitgereikt  (winnaars tot nu toe: Richard von Weizsäcker, Roman Herzog, Alfred Grosser, Wladislaw Bartoszewski). De website van de vereniging is: www.altphilologenverband.de
De vereniging geeft ook een tijdschrift uit, ondertussen leidinggevend voor vakdidactiek en methodiek: „Forum classicum“ (www.forum-classicum.de). Verder is de vereniging betrokken bij het tijdschrift „Gymnasium“. de vereniging geeft bovendien een interessant actueel online tijdschrift „Pegasus“ uit (www.pegasus-onlinezeitschrift.de).
De afzonderlijke deelstaatverenigingen van DAV hebben soms eigen infobladen en websites. Bijzonder veel links vindt u op de website van de deelstaatvereniging Berlin-Brandenburg (www.peirene.de).

18. Studie Latijn en Grieks en de lerarenopleiding
De studie van het Grieks en het Latijn verloopt in Duistland nog zeer traditioneel. Met een duidelijke kwantitatieve en kwalitatieve overwaardering van het filologisch – literatuurwetenschappelijke deel. Daarentegen verwaarlozen Duitse studiegangen voor Latijn en Grieks crimineel al hetgeen wat voor het werkelijke begrip van de oudheid nodig is: geschiedenis van de Oudheid, archeologie, antieke filosofie, historische en vergelijkende literatuurwetenschap. Terwijl het schoolse onderwijs Latijn al lang didactisch – methodisch modern geworden is, maakt het vertalen van Duitse zinnen en teksten naar het Latijn nog altijd deel uit van taalonderricht. De pedagogische opleiding van toekomstige leerkrachten gebeurt dikwijls ver van de praktijk verwijderd: terwijl bij voorbeeld leer – en taalpsychologie amper een rol spelen, leren de studenten veel over de verschillende tegenstrijdige filosofisch – pedagogische theoriesystemen. Niet alle universiteiten beschikken over medewerkers vakdidactiek of zelfs professoraten voor vakdidactiek ( zoals bij voorbeeld in Berlin, Göttingen, Köln, München).
Momenteel bevinden de Duitse universiteiten zich in de Bologna – fase; de omzetting naar bachelor en master studies.
Dit verloopt in snelle acties zonder breed overleg, zodat het nog onduidelijk is, welke kwalitatieve verbeteringen of verslechteringen het nieuwe studiesysteem met zich brengt voor Duitsland.
Na hun studies moeten toekomstige leerkrachten twee jaar lang een „Referendariat“ afwerken, waarin ze onder observatie in scholen les geven en anderzijds zelf les krijgen van meestal actieve ervaren leerkrachten in (praktijkgerichte) pedagogiek en vakdidactiek.
In het beroepsleven moeten leerkrachten zich verder ontwikkelen. Zulke nascholing wordt meestal door de cultuurbureaucratie georganiseerd of als dusdanige nascholing erkend. Naast vakwetenschappelijke domineren didactisch – methodische en schoolorganisatorische problematiek.