|
Waarom is het nog steeds belangrijk Grieks en Latijn te leren, talen die nog maar zelden gebruikt worden in de wereld van vandaag? Waarom tijd en middelen besteden om door te dringen tot de beschaving van de oude Grieken en Romeinen? In het moderne Europa moeten deze vragen gesteld worden en het moderne Europa zal snel de antwoorden vinden. De klassieke talen zijn het voornaamste middel om contact te leggen met de wereld van de oudheid, en dus is het belangrijk om de kennis van die talen en van de culturen waarin die talen gebruikt werden, in stand te houden. Het is een integrerend deel van onze erfenis, van onze culturele achtergrond en van het begrijpen van de westerse beschaving. Zonder kennis van ons verleden kunnen we ons heden nooit ten volle begrijpen en nog veel minder gissingen en veronderstellingen maken in verband met onze toekomst. Een samenleving mag in haar ontwikkeling niet afgeremd worden door een traditie van “kijken naar het verleden” maar moet zich kunnen ontplooien terwijl ze rekening houdt met haar erfenis. Een zorgvuldig evenwicht tussen traditie en vernieuwing kan borg staan voor vooruitgang zonder de waarden van het verleden te verliezen. Grieks en Latijn zijn de kroonjuwelen van de West-Europese cultuur. Dankzij het Grieks ontstonden enkele van de belangrijkste werken van de Europese letterkunde, zoals de epen van Homerus, de geschiedkundige werken van Herodotus en Thucydides, de tragedies van Aeschylus, Sophocles en Euripides, de komedies van Aristophanes en de filosofische werken van Plato en Aristoteles - om alleen maar de belangrijkste te noemen. De Griekse taal heeft bijgedragen tot het formuleren van enkele van de belangrijkste gedachten en begrippen van de westerse cultuur, in vakgebieden die variëren van oorlogvoering tot geneeskunde, van politiek tot ethiek, van mythologie tot theater, van dichtkunst tot psychologie. Lectuur van klassieke teksten in de originele taal helpt ons begrijpen hoeveel we de oude Grieken verschuldigd zijn: zij zijn onze ware voorouders op geestelijk vlak. We mogen niet uit het oog verliezen dat het Nieuwe Testament in het Grieks geschreven is, door mensen die zelf beïnvloed waren door het Griekse denken en de Griekse levenswijze. In de drie eeuwen voor onze tijdrekening creëerden de Romeinen de eerste westerse supermacht. In die periode kwam de overwegend rurale beschaving van Rome in contact met de meer gesofistikeerde Griekse cultuur en nam ze over, niet zonder de eigen cultuur in stand te houden. De Romeinse dichter Horatius vatte dit proces samen in de zin Graecia capta ferum victorem cepit et artes intulit agresti Latio (Epistulae 2, 1, 156 sq.) – het onderworpen Griekenland onderwierp de ruwe overwinnaar en voerde de kunsten in het landelijke Latium in. Romeinse schrijvers zoals Cicero, Caesar, Catullus, Vergilius, Horatius, Propertius, Ovidius, Livius, Martialis en Seneca hebben een enorme impact gehad op de latere Europese literatuur en het West-Europese denken; het concept humanitas was geboren. Deze oude schrijvers hebben allemaal met hun gedachten en inzichten de basis gelegd voor de hedendaagse benadering van allerlei problemen. Een interessant curiosum: de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens kunnen we nu in het Latijn op het internet lezen (www.unhchr.ch/udhr/lang/ltn.htm). Latijn was de officiële taal van het Romeinse Rijk en werd daardoor verspreid over een zeer grote oppervlakte. In het westelijk deel van het Rijk bleef Latijn toonaangevend, ook al werd Grieks er als een belangrijke tweede taal aangeleerd. In het oostelijke deel van de Middellandse Zee bleef Grieks echter als cultuurtaal overheersen over heel de periode van de Romeinse overheersing en tot de val van Byzantium. Na de val van het Romeinse Rijk ontwikkelde Latijn zich enerzijds tot wat wij nu kennen als de Romaanse talen (Frans, Roemeens, Italiaans, Portugees en Spaans) maar bleef het anderzijds zowel de voertaal van de katholieke kerk als de internationale communicatietaal bij uitstek binnen Europa. Latijn was ook de wetenschappelijke taal die geleerden in alle domeinen bleven gebruiken tot een stuk in de 20e eeuw. Ook nu is Latijn de internationale wetenschappelijke taal gebleven die gebruikt wordt in geneeskunde, biologie en andere domeinen. De kennis van Grieks nam sterk af in West-Europa tijdens de middeleeuwen. Er kwam een herleving in de renaissance: schrijvers en geleerden herontdekten de waarden van de Griekse beschaving. Bij de opmars van de technologie worden talloze nieuwe woorden aan de Europese talen toegevoegd en heel wat van deze termen komen uit de klassieke talen. Denk in dat verband maar aan begrippen als ‘monitor’, ‘compact disk’, ‘dataprojector’ en zelfs aan ’computer’: allemaal zijn ze afgeleid van het Latijn. Kennis van Latijn en Grieks vandaag is een enorme steun om zowel moderne talen als religieuze en wetenschappelijke termen te begrijpen. Zelfs Europese talen die niet direct van het Latijn zijn afgeleid, zijn er sterk door beïnvloed - net zoals ze beïnvloed zijn door Grieks - op het vlak van leenwoorden en afleidingen. We zijn allen, veel meer dan we denken, beïnvloed door Latijn en Grieks en door onze klassieke erfenis. De invloed van de oude wereld kan niet genoeg naar waarde geschat worden als we geen rekening houden met de materiële overblijfselen van de Griekse en Romeinse cultuur. Architectuur, beeldhouwkunst, schilderkunst en archeologische overblijfselen getuigen allemaal van de grootheid van de beschavingen die hen hebben voortgebracht. Elk kunstwerk getuigt van de Griekse en Romeinse manier van leven en denken. Een geïntegreerde studie van zowel literatuur als archeologische overblijfselen, voorwerpen en kunstwerken kan leiden tot een beter begrip van de oudheid zelf en daardoor van de grondvesten van het leven in Europa vandaag. Grieks en Latijn leren ondersteunt: De studie van de Griekse en Romeinse beschaving ondersteunt: - het cultureel bewustzijn en het inzicht in wat de Europese landen bindt;
- een beter begrip van onze basiswaarden en denkwijzen;
- de vaardigheid om het heden te beoordelen op basis van het verleden.
De studie van klassieke vakken (taal en/of achtergronden) ondersteunt: - een brede algemene vorming die een goede basis kan zijn voor hogere studies;
- een vlotte beheersing van de moedertaal (het belangrijkste instrument bij studeren!);
- een algemene bekwaamheid voor talen;
- een algemene bekwaamheid om teksten te begrijpen, te analyseren en te interpreteren;
- een verhoogd vermogen tot synthese.
Eigenlijk bevorderen studies van klassieke talen de optimale vaardigheden voor om het even welke verdere studie, voor om het even welk wetenschappelijk onderzoek en voor om het even welke job waar men uit verschillende en uiteenlopende gegevens een geheel of een patroon moet afleiden. Maar toch blijft de belangrijkste reden om klassieke talen te studeren het pure plezier dat een leerling aan de studie zelf beleeft!
|