Newsflash

Achtste CIRCE cursus voor leraren klassieke talen in Aquileia (Italië) 7 - 14 juli 2013. De deadline voor Europese beursaanvragen is 16 januari 2013. Voor meer info klik op CIRCE cursussen  in het menu

 
Welkom arrow CIRCE Handboek voor leerkrachten arrow Inleiding arrow Juridische en copyright aspecten
Circe Menu
Facebook
CIRCE

Promoot jouw pagina ook
Juridische aspecten en auteursrechten in de Europese Unie Afdrukken E-mail

In de loop van je werk kunnen er problemen rijzen die betrekking hebben op de bescherming van elektronisch materiaal, computerprogramma’s, gegevensbanken en dergelijke door het auteursrecht. Het gebruik van dergelijke hulpmiddelen voor het onderwijs en voor de opleiding van leerkrachten kan onderworpen zijn aan bepaalde wettelijke beperkingen, afhankelijk van bijvoorbeeld de omvang van het gebruik. Daarom zouden alle leerkrachten zich bewust moeten zijn van bepaalde principes met betrekking tot reproductierechten en verspreiding van relevant materiaal.

Voor we ons bezighouden met wettelijke bepalingen en definities vragen we je het probleem eens te bekijken met je gezond verstand. Als je overweegt elektronisch materiaal te gebruiken dat zich op het internet of elders bevindt, stel je dan de vraag “Wat zou ik ervan denken als iemand dit deed met mijn werk?”. Deze vraag kan als een gouden regel gehanteerd worden en zo kan elke verdere wettelijke zoektocht overbodig gemaakt worden. In geval van twijfel stuur je een e-mail naar de website of de betrokken persoon waarin je de toestemming vraagt om het materiaal te gebruiken in de gegeven omstandigheden.

Wat de Europese wetgeving betreft, raden we je aan Richtlijn 2001/29/EC van het Europees Parlement en van de Raad van 22 mei 2001 te raadplegen betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van auteursrecht en aanverwante rechten in de informatiesamenleving. De volgende punten komen uit deze richtlijn en deze opsomming mag niet als exhaustief beschouwd worden. (1)

Wetten in verband met auteursrecht beschermen de ontwikkeling en commercialisering van nieuwe producten en diensten en de verspreiding van hun creatieve inhoud. De vooruitgang van de technologie betekent dat er meer mogelijkheden zullen komen voor creatie, productie en commercialisering van nieuwe producten. Daarom moeten wetten in verband met auteursrecht worden aangepast om op een adequate manier in te spelen op de veranderende economische realiteit.

In een aantal lidstaten zijn er al wetten op nationaal niveau aangenomen om te reageren op de technologische uitdagingen, maar de informatiemaatschappij heeft zich zo ontwikkeld, dat er meer mogelijkheden zijn om intellectueel eigendom over de grenzen van de lidstaten heen te gebruiken. Harmonisatie van die wetten is daarom wenselijk. Auteursrecht is nu eenmaal essentieel voor de bescherming van intellectuele creaties.

Rechten van rechthebbenden moeten afdwingbaar zijn op basis van de wetgeving van de lidstaten en de bepalingen van de Conventie van Bern voor de bescherming van literaire en artistieke werken en andere goedgekeurde conventies. Bepaalde principes en regels zijn vastgelegd in Richtlijn 91/250/EEC(5), Richtlijnen 92/100/EEC(6), 93/83/EEC(7), 93/98/EEC(8) en 96/9/EC(9), die uitgewerkt worden in Richtlijn 2001/29/EC.

In het geval van computerprogramma’s is, overeenkomstig de bepalingen van Richtlijn 91/250/EEC, het beschermde object (in de zin dat er exclusieve rechten verleend worden aan de wettelijke eigenaars) de “uitdrukking” van het computerprogramma in welke vorm ook, maar niet de ideeën en principes die ten grondslag liggen aan een of ander onderdeel van het computerprogramma of aan de interfaces binnen het computerprogramma. Deze laatste vallen niet onder auteursrecht. Het begrip “computerprogramma” omvat, volgens de definitie van de richtlijn, ook de voorbereidende gegevens en de ontwerpgegevens. Belangrijke uitzonderingen op de beperkende bepalingen (dus: gevallen waarin de toestemming van de rechthebbende niet vereist is) omvatten het recht om, onder bepaalde voorwaarden die in de Richtlijn beschreven staan, het programma te kopiëren met het doel de compatibiliteit van een programma met andere programma’s tot stand te brengen, en het recht de werking van het programma te bestuderen en te testen met het doel de ideeën en principes te bepalen die aan een onderdeel van het programma ten grondslag liggen (Artikels 5 en 6). Dit is duidelijk een schemerzone.

Een gegevensbank is wettelijk omschreven als een verzameling onafhankelijke documenten, gegevens of ander materiaal dat systematisch of methodisch geordend en individueel toegankelijk is via elektronische of andere middelen. Het auteursrecht van een gegevensbank is de keuze en het ordenen van een aantal gegevens. Met andere woorden: de methodes of criteria die gebruikt werden bij het kiezen en ordenen van de gegevens vormen de intellectuele schepping van de rechthebbende en vallen onder de bescherming van het auteursrecht. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de auteursrechtelijke bescherming van een gegevensbank en de auteursrechtelijke bescherming van de inhoud van de gegevensbank. Dit laatste is iets totaal anders en de bepalingen van Richtlijn 96/9/EC hebben geen betrekking op de rechten die al dan niet zouden bestaan voor de inhoud van een gegevensbank.

Een belangrijke uitzondering op de exclusieve rechten van de wettelijke eigenaar van een gegevensbank is “waar er gebruik wordt gemaakt van een gegevensbank met als enig doel onderwijs of wetenschappelijk onderzoek, zolang de bron vermeld wordt en voor zover het gebruik niet commercieel blijft” (volgens artikel 6, paragraaf 2(b) en artikel 9, paragraaf (b) van Richtlijn 96/9/EC). Met andere woorden: voor onderwijs en onderzoek is het gebruik van een databank niet onderworpen aan de exclusieve rechten van de wettelijke eigenaar (dus: er is geen toestemming vereist) zolang dit gebruik geen commerciële bedoelingen heeft en de bron vermeld wordt.

Een algemene opmerking: beperkende regels in verband met auteursrechtelijke bescherming zijn tamelijk vaag en eerder repressief dan preventief. Dit betekent dat de regels gebruikt worden om het gebruik van intellectueel of artistiek eigendom te catalogeren als een inbreuk op het auteursrecht nadat de inbreuk heeft plaatsgevonden. Er bestaat a priori geen algemene regel die vooraf bepaalt of het gebruik van intellectueel of artistiek eigendom wettelijk geoorloofd is of niet, tenzij er expliciet wettelijke beperkingen bij intellectueel of artistiek eigendom gevoegd werden. Voor onderwijsdoeleinden zijn er bijkomende voorzieningen in de wet die bepaalde uitzonderingen toestaan op de geldende beperkingen, zelfs als bepaalde objecten uitdrukkelijk beschermd zijn door auteursrecht, op voorwaarde dat het object in kwestie niet gebruikt wordt voor commerciële doeleinden en een behoorlijke bronvermelding krijgt.

Samenvattend lijkt het veilig om, in wettelijke termen, materiaal voor onderwijsdoeleinden op om het even welke manier te gebruiken, op voorwaarde dat rekening wordt gehouden met het volgende:

  • geen commercieel gebruik;
  • contact opnemen met de wettelijke eigenaars;
  • aan de wettelijke eigenaars de toestemming vragen en ook hun toestemming krijgen vooraleer iets te gebruiken dat uitdrukkelijk auteursrechtelijk beschermd wordt en waarvoor de wet niet in een expliciete uitzondering voorziet (wat bijvoorbeeld het geval is voor computerprogramma’s).

Meer informatie over juridische aspecten en auteursrechten in de Europese Unie vind je op http://eur-lex.europa.eu/ (een databank met alle Europese juridische teksten).


(1) Bron: http://europa.eu.int/scadplus/leg/en/lvb/l26053.htm