Newsflash

Zevende CIRCE cursus voor leraren klassieke talen in Fano (Italië) van 8 tot 15 juli 2012. De deadline voor Europese beursaanvragen is 16 januari 2012. Voor meer info klik op CIRCE cursussen  in het menu

 
Welkom arrow CIRCE Handboek voor leerkrachten arrow De rol van de leerkracht arrow E-leren - een nieuwe aanpak?
Circe Menu
Facebook
LOGIN
Wachtwoord vergeten?
Nog geen account? Maak er één aan!
E-leren - een nieuwe benadering? Afdrukken E-mail

E-leren - elke vorm van leren die ondersteund wordt door ICT - werd ontwikkeld sinds de vroege jaren 1980 door de integratie van onderwijs op afstand en computergestuurd onderwijs. Onderwijs op afstand evolueerde van een statisch model naar verschillende vernieuwende en dynamische modellen. Computergestuurd onderwijs is jarenlang een populair concept geweest: leerlingen kunnen op zichzelf studeren met een cd-rom die op een computer is geïnstalleerd, waardoor ze gemakkelijk toegang krijgen tot betrouwbare informatie. Recente ontwikkelingen in het gebruik van het internet leidden tot op het internet en op het web gebaseerde opleiding, waarbij individuele opleiding online mogelijk werd (door het ontstaan van nieuwe systemen van e-leren). Er worden volledige onlinecursussen gemaakt waardoor men interactieve communicatie kan combineren met de voordelen van het onderwijs op afstand. Zo worden de kosten gedrukt, groeit de flexibiliteit en worden gepersonaliseerde toepassingen mogelijk. Er is ook een risico aan deze evolutie verbonden: de ontwikkeling van te veel onlinemateriaal zou in sommige landen een bedreiging kunnen vormen voor de job van leerkrachten op scholen. Enige omzichtigheid blijft dus geboden. Cursisten die een onlinecursus laten schieten, zijn evenwel geen uitzondering. Hier is er wel een paradox: worden we nu bedreigd door het potentieel succes van deze nieuwe methode of juist niet? Leerkrachten zullen altijd nodig blijven als coach en mentor.

Een typisch aspect van e-leren is dat het direct leidt naar samenwerkend leren en dat zijn werkwijze van “many-to-many” op veel manieren kan benut worden. Nog typisch voor e-leren is dat er interactie mogelijk is in twee richtingen: leerkrachten en leerlingen kunnen met elkaar communiceren (verticaal contact) maar leerkrachten kunnen ook met andere leerkrachten in contact komen, zoals ook leerlingen met elkaar (horizontaal contact).

Bij e-leren zijn er drie belangrijke elementen: doen, communiceren en delen. Het resultaat is een dynamisch en flexibel onderwijssysteem dat een plaatsje kan vinden naast en binnen de al bestaande systemen. De meest gebruikte communicatiekanalen zijn e-mail, chat, audio- en videoconferentie, nieuwsgroep of forum.

E-leren vereist een aangepaste leeromgeving en een nieuw profiel voor de leerkracht. De virtuele klas is een specifieke leeromgeving: in dit nieuw didactisch scenario vinden we traditioneel onderwijs in combinatie met vernieuwende elementen, menselijke vindingrijkheid geïntegreerd met machines, taalkundige systemen geïntegreerd met ICT-ondersteuning. Te midden daarvan moeten leerkrachten niet alleen vakbekwaam zijn maar ook over technologische competenties beschikken omdat e-leren nu eenmaal werkt met e-mail, chat, audioconferentie en videoconferentie, nieuwsgroep of forum.

Een leerkracht moet telkens een systeem kiezen, rekening houdend met wat hij/zij geeft. Specifieke activiteiten moeten kloppen met specifieke leeromstandigheden, de doelstellingen van de les en hoe de leerkracht de leerlingen bij het gebeuren wenst te betrekken. De leraar is hier dus niet alleen opvoeder maar ook regisseur, hij/zij coördineert en faciliteert een bepaalde leeromgeving. Om aan dit nieuwe profiel te beantwoorden, kan een leerkracht niet anders dan vertrouwd worden met de technologie.

Om de lessituatie te kunnen blijven controleren, is het belangrijk dat de leerkracht een strategie ontwikkelt voor het systeem dat gebruikt wordt, een geschikt onderwerp kiest voor de lessen, over alle informatie beschikt, improvisatie vermijdt en geen overdreven hoeveelheid informatie geeft. Daarom is het noodzakelijk in vooraf vastgelegde fasen te werken, online en offline, en vooraf al het materiaal dat gebruikt zal worden klaar te maken.

Tijdens de lessen moet de leerkracht alle details uitleggen aan alle leerlingen samen. Na de lessen kan er hulp of feedback aangeboden worden aan individuele leerlingen of groepen leerlingen. In sommige gevallen kunnen er taken gegeven worden die afgewerkt moeten zijn binnen het bestek van het lesuur. Het is dus noodzakelijk dat de leerkracht zelf ervaring heeft met het gekozen medium.

Welk systeem ook gebruikt wordt, het beperkt de taal die de leerkracht kan gebruiken. Tijdens de lessen (en tijdens audioconferentie en videoconferentie) moet de leerkracht eenvoudige, directe taal gebruiken in korte zinnen en altijd klaar zijn om te reageren. Als de leerkracht moet schrijven, dan moet hij/zij kleine brokken tekst (met korte, eenvoudige zinnen) of titels gebruiken en duidelijke beelden ter illustratie (lezen van een scherm gaat trager dan lezen van een blad!). Uiteraard wordt algemeen gangbaar en correct taalgebruik nagestreefd: vermijd internettaal te gebruiken!

Op dezelfde manier moet ook de informatie gedoseerd worden. Grote gehelen moeten worden opgedeeld in kleine, afzonderlijke brokjes en we moeten er rekening mee houden dat onze leerlingen zich op een afstand van ons bevinden. De belangrijkste dingen in alle lessen zijn interactie, participatie, betrokkenheid, observatie en focus. Het is essentieel dat leerkrachten van te voren nadenken over deze aspecten van hun werk omdat er nu eenmaal een afstand is die leerkracht en leerling scheidt. Visuele feedback is erg gering of ontbreekt helemaal, wat de opdracht erg verschillend maakt van de traditionele klassituatie.

Ook tijdsbeheer is heel belangrijk; de leerkracht moet dus van tevoren een lesplan hebben met alle tijdsgegevens, uitgedrukt in minuten, voor inleiding, interactie, gebruik van de computer, feedback en meer dan waarschijnlijk een vorm van hulp offline die nodig kan zijn.

Goed beheer van de virtuele klas door de e-leerkracht veronderstelt dat zo goed als niets aan improvisatie wordt overgelaten. Een leerkracht zal ook offline beschikbaar moeten zijn en technische ondersteuning moeten kunnen geven. Voor de e-leerling mag deze manier van leren geen hinderpaal vormen: de leerkracht moet flexibel genoeg zijn om gerezen problemen meteen aan te pakken. Het is nodig dat in de lerarenopleiding aan deze aspecten voldoende aandacht wordt besteed.

De relevante casestudies in hoofdstuk 4 kunnen meer inzicht geven in hoe dit alles verloopt in echte situaties. We denken hierbij aan de volgende drie casestudies: E-Latijn: het Cambridge Online Latin Project (pagina 66), Net-learning: het gebruik van e-leren en netwerken om Grieks en Latijn te onderwijzen (pagina 87) en Videoconferentie: Grieks in afstandsonderwijs (pagina 105).