Newsflash

Zevende CIRCE cursus voor leraren klassieke talen in Fano (Italië) van 8 tot 15 juli 2012. De deadline voor Europese beursaanvragen is 16 januari 2012. Voor meer info klik op CIRCE cursussen  in het menu

 
Welkom arrow CIRCE Materialen arrow Klassieke talen in Europa arrow Frankrijk
Circe Menu
Facebook
LOGIN
Wachtwoord vergeten?
Nog geen account? Maak er één aan!
Onderwijs van Latijn, Grieks en antieke cultuur in Frankrijk Afdrukken E-mail

Auteur: Mireille de Biasi Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken

I. Het verhaal van het oude talenonderwijs in Frankrijk

Woord vooraf

In Frankrijk worden de schooljaren in secundaire scholen aangeduid in dalende orde, van zesdes tot eindjaar.

zesdes

leerlingen vanaf
11 jaar
vijfdes
  12 jaar
vierdes
  13 jaar
derdes
  14 jaar
tweedes
  15 jaar
eerstes
  16 jaar
eindjaar
  17 jaar

Tot 1968 begonnen de lessen Latijn in de zesdes. In “collèges” (staatsscholen) was er in het eerste semester van dat leerjaar een observatieperiode; op het einde daarvan mochten de beste leerlingen Latijn liezen. Grieks was een optievak vanaf de vierdes. In 1942 kreeg een leerling in de zesdes 6 uur Latijn per week, in de vijfdes 5, in de vierdes en de derdes 4 (en eventueel 4 uur Grieks). In de “lycées” (“vervolg” van de “collèges” en eveneens staatsscholen) kregen de leerlingen 4 uur per week van deze keuzevakken.

Er waren geen mondelinge oefeningen voorzien en er werd slechts een beperkt vocabularium aangeleerd. Huiswerk en evaluatie omvatte ongeveer 30 toetsen voor Latijn per jaar (ongeveer 1 per week), in een volgorde van meestal twee vertalingen van Latijn naar Frans en dan een van Frans naar Latijn. Voor Grieks was er wekelijks een vertaling van Grieks naar Frans en waren er slechts enkele vertalingen van Frans naar Grieks per jaar voorzien. Elke les Latijn en Grieks vergde wel veel voorbereiding, gewoonlijk in de vorm van huiswerk.

In privé-scholen startte Latijn in de zesdes na een voorbereidend zevende jaar. Grieks kon gevolgd worden vanaf de vijfdes.

Van 1969 tot 1998 begonnen leerlingen aan oude talen in de vijfdes gedurende “inleidingsperiodes”. Latijn en Grieks konden “echt” gevolgd worden vanaf de vierdes (Latijn of Grieks of beide talen) gedurende 3 uur per week, zowel in de “collèges” als in de “lycées”. Gewoonlijk werden er aanpassingen aan het lessenrooster aangebracht voor leerlingen die oude talen volgden maar zich specialiseerden in wetenschappen.

In 1998 kwam er een hervorming in het onderwijs voor oude talen in de “collèges”. Leerlingen mogen nu met Latijn beginnen in de vijfdes en dat vak volgen voor twee of drie jaar. Grieks kan maar gekozen worden vanaf de derdes (zie verder). Wat de “lycées” betreft: daar bleef de structuur ongewijzigd maar de leerplannen veranderden in 2001 en de toetsen voor Latijn en Grieks in het baccalaureaat veranderden in 2003.

II. Het hedendaags middelbare schoolsysteem in Frankrijk

A)      De twee scholen van het Franse middelbare schoolsysteem zijn “collège” en “lycée”

Het “collège” is een secundaire staatsschool voor leerlingen tussen 11 en 14 jaar. Het omvat de zesdes, vijfdes, vierdes en derdes. De belangrijkste vakken van het curriculum zijn er Frans, wiskunde, geschiedenis en aardrijkskunde, burgerzin, biologie en geologie, technologie, fysica (vanaf de vierdes), een moderne taal (vanaf de zesdes), een tweede moderne taal (vanaf de vierdes), lichamelijke opvoeding, muziek en kunst. Oude talen zijn bijvakken. Op het einde van de derdes leggen de leerlingen een examen af dat bekend staat als het “brevet des collèges”.

Het “lycée” is eveneens een secundaire staatsschool en omvat de tweedes, de eerstes en het eindjaar. Het is de bedoeling om een van twee soorten “baccalauréats” af te leggen (ofwel het algemene, ofwel het beroepsbaccalaureaat). Op het einde van de derdes (of de tweedes als ze van “lycée” veranderen) kiezen de leerlingen hun “lycée”, afhankelijk van het baccalaureaat dat ze willen afleggen. Wij zullen het alleen hebben over de “lycées” die voorbereiden op het algemene baccalaureaat omdat er geen oude talen worden onderwezen in de beroepsvoorbereidende richtingen.
Op het einde van de tweedes kiezen de leerlingen hun specialisatie. De belangrijkste vakken zijn Frans, wiskunde, geschiedenis en aardrijkskunde, burgerzin, biologie en geologie, fysica, scheikunde, twee moderne talen en lichamelijke opvoeding. Ze kunnen ook optievakken of bijvakken kiezen.
In de eerstes begint de specialisatie: ofwel in kunst en wetenschappen (L), ofwel in wetenschappen (S), ofwel in economische en sociale wetenschappen (ES).
In het eindjaar is filosofie een verplicht vak, welke specialisatie men ook gekozen heeft.

B)      Oude talen in het secundair onderwijs.

In de “collèges” zijn oude talen optievakken die door alle leerlingen kunnen gevolgd worden, welke ook hun resultaten zijn in andere vakken. Zodra ze in de vijfdes komen, kunnen ze Latijn beginnen volgen gedurende twee jaar. Ze kunnen kiezen om Latijn verder te volgen in de derdes. In de vijfdes zijn er 2 uur per week Latijn, in de vierdes en de derdes 3 uur per week.
Grieks kan men pas beginnen volgen vanaf de derdes: wie Latijn volgt, mag dan beide talen volgen. Om de programma’s van deze leerlingen niet te zwaar te maken, hebben veel regionale besturen het aantal wekelijkse uren voor oude talen beperkt tot 2 (2 uur Latijn en 2 uur Grieks). Wie alleen Grieks volgt, krijgt de voorziene 3 uur.

Het “brevet des collèges” wordt toegekend aan al wie zijn “collège” met succes heeft afgemaakt. Ook oude talen worden op het “brevet des collèges” vermeld, maar alleen als men geslaagd is voor dat vak of die vakken.

Op het “lycée” kan een student oude talen kiezen als een “determinerend” vak; de meeste studenten die deze keuze maken, willen op universitair niveau literaire vakken studeren. Anderen kunnen oude talen kiezen als een optievak omdat ze die vakken graag doen en om hun culturele horizon te verruimen, welke studies ze nadien ook zullen doen. Ze volgen 3 uur per vak per week.

Leerlingen in “eindjaar L” kunnen oude talen kiezen als een specialisatievak. Studenten in beroepsvoorbereidende richtingen krijgen geen oude talen behalve wie muziek en dans studeert. De beoordeling van Latijn en Grieks op het baccalaureaat hangt af van de keuze die men voor de oude talen heeft gemaakt: determinerend, optievak of specialisatievak.

III. Klassieke vakken in het middelbaar in Frankrijk

A) Oude talen op het “collège”

De pedagogische aanpak en de leerplannen zijn vastgelegd in het officieel verslag van de Ministeries van Onderwijs en Onderzoek, n°10 van 15 oktober 1998.
1) Doelstellingen en evolutie
De studie van Latijn in een “collège” is mogelijk in twee van de drie daar voorziene cycli: de middelste cyclus (vijfdes en vierdes) en de oriëntatiecyclus (derdes). Onze beschaving erfde cultuur en talen van de Oudheid. De studie van oude teksten leidt de leerlingen binnen in de geschiedenis van de Oudheid en stelt hen in staat om de eigentijdse geschiedenis beter te begrijpen. (…) De studie van vocabularium en grammatica is afhankelijk van de lectuur van oude teksten. Tijdens het schooljaar moet de leerkracht zich aanpassen aan het leerplan en de algemene richtlijnen ervan volgen; voor de rest is hij vrij om zijn lessen te organiseren zoals hij of zij dat het best vindt.

2) Leerplan
Het doel is dat op het einde van de derdes een leerling in staat zou zijn een tekst te lezen en te vertalen die in het verlengde ligt van de thema’s en de taalkundige elementen die gestudeerd werden op het “collège”.

a) Teksten en thema’s
Lexicon, morfologie en syntaxis die bestudeerd werden, hangen natuurlijk af van de soort teksten die gelezen werden.

b) Taalstudie: is afhankelijk van het taalgebruik in de bestudeerde teksten.
Studie van het vocabularium moet altijd gebeuren op basis van gelezen teksten met moet gebaseerd zijn op de meest gebruikte woorden en betekenissen die in de bestudeerde teksten werden ontmoet. Op het einde van hun “collège” zouden de leerlingen een basiskennis moeten hebben van 800 tot 1000 woorden, gekozen op basis van hun frequentie in het Latijn en hun nut voor de Franse taal. Een referentielijst is beschikbaar. (…)

c) Schriftelijke en mondelinge opdrachten: lectuur omvat allerlei schriftelijke en mondelinge oefeningen, waaronder het opzeggen van oude teksten.
Vertaling is een logisch onderdeel van lectuur.
Audiovisule middelen en ICT worden zo vaak mogelijk aangewend.

3) Evaluatie
Wat oude talen betreft zijn er geen algemene en strikte evaluatieregels voorzien, maar er moet rekening gehouden worden met elke vorm van leren (er mogen bijvoorbeeld niet alleen punten toegekend worden voor vertaling, maar ook voor de kennis en het gebruik van vocabularium en morfologie en voor algemene kennis). Er worden dus meerdere vaardigheden geëvalueerd.

4) Programma Latijn in de middelste cyclus en de oriëntatiecyclus

5) Programma Grieks in de oriëntatiecyclus

a) Teksten en thema’s: het hoofdthema is de stad Athene in de vijfde eeuw voor Christus.

b) Taal
Vocabularium: op het einde van het jaar zouden de leerlingen ongeveer 300 woorden moeten kennen. Lijsten kunnen geraadpleegd worden op:
http://www.educnet.education.fr/musagora/manuel/memo/default.htm

B) Oude talen op het “lycée”

De pedagogische aanpak en de leerplannen zijn vastgelegd in het officieel verslag van de Ministeries van Onderwijs en Onderzoek, HS N°7 van 31 augustus 2000.

Latijn en Grieks kunnen gekozen worden als hoofdvakken of als bijvakken.

1) Doelstellingen
Het onderwijs van oude talen op het niveau van het “lycée” beantwoordt aan twee doelstellingen:


bijdragen, samen met de vakken Frans en sociale wetenschappen, aan de vorming van het individu en de burger door de leerlingen de taalkundige en culturele Grieks-Romeinse erfenis bij te brengen;

de vorming van specialisten in literatuur en sociale wetenschappen ondersteunen. (…)

2) De verschillende soorten teksten; historische en culturele verwijzingen
De lectuur en vertaling van stukken van de grote werken van de Griekse en Latijnse literatuur in de originele taal draagt bij tot de vorming van een gemeenschappelijke cultuur. (…)
De cursus Latijn beslaat een periode die zich uitstrekt van de Republiek tot het late Keizerrijk. De cursus Grieks beslaat de periode van Homerus tot Plutarchus. De leerkracht mag teksten lezen uit andere periodes, maar er mogen slechts enkele noties aangeleerd worden die buiten het programma vallen.
Nota bene: de belangrijke data uit de geschiedenis die moeten gekend zijn, worden opgesomd in de documentatie.

3) Continuïteit

Het onderwijs in oude talen in een “lycée” steunt op de kennis die de leerlingen hebben verworven in het “collège”.

Voor Latijn werkt men verder aan de geschiedkundige, sociale en politieke ontwikkelingen in Rome, van de stichting tot de regering van Trajanus en Hadrianus. Men vertrekt dus van een basisvocabularium van ongeveer 1000 woorden, en van morfologie en syntaxis die verworven werden in de op het “collège” gelezen teksten.

Voor Grieks werkt men verder aan de stichtingsmythe van Athene en de Atheense standpunten over hun democratie, waarbij men steunt op morfologie en syntaxis die verworven werden in de teksten die in de derdes gelezen werden.

a) Lectuur
De lectuur van oude teksten blijft de kern van de onderwijsopdracht; de studie van beeldmateriaal over kunst en archeologische sites, gecombineerd met bezoeken aan musea, ondersteunt de lectuur (…).

b) Taal
Leerlingen van een “lycée” moeten een vocabularium verwerven dat gekozen werd op basis van de frequentie in de gelezen teksten en het nut voor het Frans (voor Latijn ongeveer 2000 tot 2200 woorden, voor Grieks ongeveer 1000 tot 1200 woorden); ze diepen de syntaxis uit en bestuderen stilistische en poëtische effecten om de teksten te kunnen begrijpen en om de teksten te kunnen bespreken.
Nota bene: vocabulariumlijsten worden opgesomd in de documentatie.

4) Schriftelijke en mondelinge opdrachten
Leerkrachten mogen niet uit het oog verliezen dat de aandacht van een leerling verslapt na de lectuur van een zin van drie regels. Tijdens de lectuurfase zal men dus de lectuur regelmatig afwisselen met verschillende schriftelijke en mondelinge oefeningen, waaronder het uit het hoofd leren van originele tekstfragmenten. (…) Audiovisuele middelen en ICT worden zo vaak mogelijk aangewend.

5) Leerplannen Latijn en Grieks

IV. Hoe word je in Frankrijk leerkracht oude talen?

A) De rekrutering gebeurt op basis van nationale examens

Elk jaar rekruteert het Ministerie van Onderwijs leerkrachten oude talen via twee examens: het CAPES (om les te mogen geven aan een “collège”) en het “Agrégation” (om les te mogen geven aan een “lycée”). Om te kunnen deelnemen aan het CAPES moet de kandidaat het diploma van bachelor in klassieke talen hebben (drie jaar na het baccalaureaat), en om deel te nemen aan het “Agrégation” moet de kandidaat het diploma van master in klassieke talen hebben (vier jaar na het baccalaureaat).

Tijdens deze examens worden mondelinge en schriftelijke proeven afgelegd om de vaardigheden van de kandidaten na te gaan in het vertalen van Latijn en Grieks naar het Frans (en voor het “Agrégation” ook het vertalen van Frans naar Latijn en Grieks), in Latijnse en Griekse letterkunde en in Franse letterkunde. In Frankrijk is een leerkracht oude talen inderdaad gespecialiseerd in zowel Grieks en Latijn als in eigentijdse Franse literatuur. Hij moet dus beide kunnen onderwijzen.

B) Opleiding en vereiste kwalificaties

1) De opleiding verloopt als volgt:

Er zijn drie jaar universitaire studie nodig om het diploma van bachelor te bekomen. De studenten worden daarin getest op hun vaardigheden in het vertalen naar het Frans, in het vertalen naar Latijn en Grieks, in oude geschiedenis en in kunst. De evaluatie gebeurt het hele jaar door maar de studenten moeten ook examens afleggen in juni, aan het eind van elk academiejaar.
Na nog een jaar universitaire studie verwerft de student het diploma van master. Enkele nieuwe vaardigheden komen aan bod maar hoofdzakelijk werkt de student aan een thesis over een door hem gekozen onderwerp, goedgekeurd door een mentor. De thesis wordt op het eind van het academiejaar verdedigd voor een examencommissie.

2) Begin van de lerarenopleiding

Zodra studenten hun diploma verworven hebben, kunnen ze naar het IUFM (lerarenopleiding) waar ze gedurende één jaar een eindexamen voorbereiden (alleen Franse studenten en studenten van andere landen van de Europese Unie die op 16 juli van het lopende jaar in het bezit zijn van hun diploma, worden toegelaten). Toegelaten worden tot het IUFM hangt af van goede prestaties aan de universiteit en van een interview. De eindbeslissing in verband met de toelating ligt bij de directeur van het IUFM, op voordracht van een comité waarvan hij voorzitter is. Voorbereiding op het examen wordt gegeven door het IUFM samen met de universiteit van dezelfde regionale onderwijsoverheid.

Wie slaagt in zijn CAPES of “Agrégation” moeten nog een jaar opleiding volgen. De kandidaten worden toegewezen aan een school waar ze van vier tot zes uur les moeten geven. Adviseurs volgen hen het hele jaar, helpen hen bij de voorbereiding van hun lessen, nodigen hen uit om hun eigen lessen te volgen en wonen de lessen van de kandidaten bij. Aspirant-leerkrachten besteden de rest van hun tijd aan opleidingssessies aan het IUFM waar ze specifiek pedagogische vakken krijgen. Aan het eind van het jaar worden ze geëvalueerd door een examencommissie bestaande uit lesgevers aan het IUFM, adviseurs en leden van de inspectie.

3)
Permanente opleiding

Zodra de leerkracht een aanstelling heeft gekregen, mag hij of zij opleiding volgen over allerlei onderwerpen, zoals het gebruik van ICT, filmgeschiedenis, hulp aan leerlingen met studieproblemen en leerlingen met familiale en sociale problemen, enz.
Als een leerkracht met een CAPES-getuigschrift hogerop wil, mag hij of zij een loopbaanonderbreking van een jaar nemen om het “Agrégation” voor te bereiden.
Personen die alleen maar het diploma van bachelor of master hebben maar geen opleiding aan het IUFM hebben gevolgd, kunnen een aanstelling krijgen van beperkte duur.
Zie ook:
http://www.education.gouv.fr/personnel/metiers/professeur_certifie.htm
http://www.education.gouv.fr/personnel/metiers/professeur_agrege.htm

V. Verdere informatie

Leerplannen:

Collège

Latiin
http://www.cndp.fr/textes_officiels/college/programmes/bprg_54/latin.pdf
http://www.cndp.fr/textes_officiels/college/programmes/acc_prg3/acc_prg3_latin.pdf

Grieks
http://www.cndp.fr/textes_officiels/college/programmes/bprg_3/grec.pdf
http://www.cndp.fr/textes_officiels/college/programmes/acc_prg3/acc_prg3_grec.pdf
http://www.cndp.fr/textes_officiels/college/programmes/acc_prg3/acc_prg3_grec_anx.pdf
Lycée

http://www.education.gouv.fr/bo/2000/hs7/vol5fran%E7.htm#anc
http://www.education.gouv.fr/bo/2003/21/MENE0301081N.htm