Newsflash

Zevende CIRCE cursus voor leraren klassieke talen in Fano (Italië) van 8 tot 15 juli 2012. De deadline voor Europese beursaanvragen is 16 januari 2012. Voor meer info klik op CIRCE cursussen  in het menu

 
Welkom arrow CIRCE Materialen arrow Klassieke talen in Europa arrow Italië
Circe Menu
Facebook
LOGIN
Wachtwoord vergeten?
Nog geen account? Maak er één aan!
Onderwijs van Latijn, Grieks en antieke cultuur in Italië Afdrukken E-mail

Auteur: Annarella Perra Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken

I. Het verhaal van het oude talenonderwijs in Italië

Het onderwijs in oude talen heeft in Italië aanzienlijke veranderingen ondergaan in de laatste 200 jaar door een reeks hervormingen die in het Italiaans onderwijslandschap complexe structuren heeft gecreëerd. Gedurende eeuwen na de humanisten was Latijn het belangrijkste vak van het curriculum en die suprematie bleef nog lange tijd bestaan. Het werd gecanoniseerd vanaf de 17de eeuw door de “Ratio Studiorum” (Grammatica, Rhetorica, Latinitas Classicorum) in de Jezuïetencolleges waar alleen Cicero (De officiis) beschouwd werd als een geldig model. Oudgrieks maakte aanvankelijk geen deel uit van de “Ratio Studiorum”. In 1859 voerde de wet Casati Oudgrieks voor het eerst in, instructies en regels volgden in 1860-1862: ongeveer 10 lesuren per week werden aan Oudgrieks besteed. In 1867 verschenen verschillende handboeken voor Oudgrieks (Curtius, Burnouf) maar alleen aan de universiteiten van Padua en Pavia werd Oudgrieks gegeven.

Leerplannen werden pas in 1893 opgesteld (Martini-decreet) en Grieks werd een optievak in 1904 voor het derde (en laatste) jaar van het Liceo. Lectuur van Oudgriekse teksten (Homerus, tragedie of komedie) werd ingevoerd in1911 door minister Credaro, waarna Oudgrieks in de Licei Classici bleef bestaan als een apart vak. Slechts 4 lesuren per week worden er aan dit vak besteed sinds 1923. In de laatste eeuw hadden geen grote veranderingen meer plaats, behalve een inkrimping van de leerstof en een nieuwe redactie van de leerplannen in 1965, 1967 en 1991.

Het vak Latijn onderging grote veranderingen en ook het onderwijs in Latijn werd grondig hervormd. In 1923 voerde minister Gentile Latijn in als een verplicht vak in het tweede en derde jaar van het secundair (Scuola Media Inferiore, van 11 tot 13 jaar) maar in 1962 werd het een optievak in het derde jaar en alleen in het tweede jaar een verplicht vak. Latijn werd als verplicht vak in de Scuola Media Inferiore geschrapt in 1977 (Legge 348, 1979, DPR 50, over nieuwe studieprogramma’s). Sindsdien werd Latijn alleen nog gegeven aan de Scuole Superiori aan leerlingen van 14 tot 18 jaar, en de lesuren werden sterk ingekrompen: in 1860 waren er nog 37 uur per week, in 1880 32 uur en vanaf 1923 tot vandaag (behalve voor een aantal experimentele cursussen zoals de Brocca-cursussen) slechts 5 uur per week.

Geen van deze hervormingen hebben de officiële leerplannen van deze vakken of hun inhoud veranderd: leerkrachten hebben altijd verschillende pedagogische benaderingswijzen gebruikt om Latijn en Grieks te geven, en ook vandaag mogen ze hun eigen methode gebruiken (er is in Italië vrijheid binnen het onderwijs. Alle stijlen van lesgeven mogen worden gebruikt, als men de vooropgezette doelstellingen maar verwezenlijkt.

II. Het hedendaags middelbare schoolsysteem in Italië

Het moderne Italiaanse secundair onderwijs is de vrucht van een reeks hervormingen over de laatste 200 jaar. In 1859 creëerde minister Casati twee secundaire scholen: 5 jaar Gymnasium en 3 jaar Lyceum.
Er werd in zeven van deze acht jaar Latijn gegeven tot 1962, dan in zes jaar en vanaf 1977 in vijf jaar. Lange tijd werd het Liceo Classico beschouwd als de beste voorbereiding op hogere studies waarin Latijn en Grieks fundamentele vakken waren. Deze structuur was de oudst bestaande in Italië en ze bleef lang populair, met hoge leerlingenaantallen. In 1923 zagen, onder impuls van minister Gentile, nieuwe types school het levenslicht, zoals het Liceo Scientifico en het Liceo Magistrale. In beide scholen werd Latijn gegeven, maar niet als basisvak.

Het huidig Italiaans onderwijssysteem bestaat uit:
5 jaar lager onderwijs;
3 jaar lager secundair (de voor iedereen gemeenschappelijke Scuola Media)
5 jaar hoger secundair.

Het eerste jaar hoger secundair moet voltooid zijn door leerlingen van 15 jaar, maar minister Moratti (uit de regering Berlusconi) werkt aan een nieuwe hervorming die waarschijnlijk het Italiaans schoolsysteem opnieuw zal wijzigen.

Aanvankelijk was het hoger secundair opgedeeld in humaniora en technische. De humaniora sprak een meerderheid van de studenten aan maar in recente jaren werden heel wat nieuwe scholen opgericht om aan de behoeften in de professionele en technische sectoren te voorzien; die scholen trekken veel studenten aan.

III. Klassieke vakken in het middelbaar in Italië

Latijn wordt in Italië gegeven aan verschillende types van scholen terwijl Grieks alleen gegeven wordt in een Liceo Classico. Alle curricula en leerplannen worden centraal vastgelegd. Latijn en Grieks worden gegeven als aparte vakken en niet samen, zoals in andere Europese landen, als Antieke cultuur.

Grieks wordt onderwezen in het gewone Liceo Classico, in het experimentele Liceo Classico (Brocca, Proteo, International Option Lyceum), in het Europees Lyceum en aan de Europese School.
Latijn wordt onderwezen in 4 types van scholen: in het gewone Liceo Classico, in het experimentele Brocca Liceo, in het Proteo Liceo en in het International Option Lyceum).

Leerplannen

In Italië bestaan er centraal vastgelegde leerplannen voor Latijn en Grieks (net zoals voor alle andere vakken); ze werden lang geleden opgesteld en werden meermaals aangepast. De belangrijkste leerplannen zijn de nieuwe leerplannen voor Latijn en Grieks van 1991, met een aanpassing voor de Scuola Media Inferiore (3 jaar, van 11 tot 13 jaar) en de volledige afschaffing van Latijn als verplicht vak op dat niveau (Commissione Brocca).

De leerplannen zijn verplicht en bepalen morfologie, syntaxis, te lezen auteurs en hun werken voor elke klas waar Latijn of Grieks wordt gegeven. De leerplannen zijn vastgelegd door de MIUR vanuit Rome. De meest vernieuwende zijn de “Brocca programma’s” (sedert 1991) omdat die het voor het eerst mogelijk maken dat doelstellingen, specifieke kennisobjecten en vaardigheden de bouwstenen worden van de leer- en lesactiviteit, eerder dan de inhoud van de cursus. In de volgende paragraaf kun je, als voorbeeld, een kort overzicht lezen van de leerplannen van het gewone Liceo Classico.

Gewoon Liceo Classico
Latijn
Tot 1967 ging de aandacht in het eerste jaar Liceo Classico naar morfologie, syntaxis en als auteurs Caesar, Sallustius, Ovidius en Tibullus. In het tweede jaar kwamen Cicero en Vergilius Aeneïs I aan bod. Na 1967 moesten de teksten beter aangepast worden aan de leeftijd van de leerlingen, en zo kregen de leerkrachten vrijheid om teksten te selecteren uit werken die ze beter geschikt vonden. Voor de laatste drie jaar van het Liceo Classico (triennium) is het programma het volgende:
* derde jaar: literatuur van het begin tot Caesar, met Vergilius, Caesar of Sallustius en Cicero.
* vierde jaar: literatuur van Caesar tot de regering van Augustus, met Lucretius, Catullus, Horatius, Cicero of Livius.
* vijfde jaar: literatuur van de regering van Tiberius tot de vijfde eeuw, met Tacitus, Seneca of Sint Augustinus, Plautus of Terentius, en de regels van de scansie.

Grieks
In het eerste jaar Liceo Classico gaat de aandacht naar elementaire morfologie en syntaxis, in het tweede jaar worden morfologie en syntaxis uitgebreid. Voor de laatste drie jaar van het Liceo Classico (triennium) is het programma het volgende:
* derde jaar: literatuur van het begin tot Pindarus, met Homerus I en historische werken.
* vierde jaar: literatuur van de Attische periode, met lyrische dichters en Plato.
* vijfde jaar: literatuur van de Hellenistische periode, met één tragedie en één redevoering.

Toetsen en evaluatie

Leerkrachten moeten de vorderingen van hun leerlingen in Latijn en Grieks evalueren aan de hand van toetsen die over het algemeen zowel mondeling als schriftelijk kunnen verlopen (in enkele experimentele cursussen wordt alleen mondeling ondervraagd). Ministeriële rondzendbrieven dringen aan op een groot aantal toetsen in elk trimester om op elk ogenblik het niveau van de leerlingen te kennen en de implementatie van doelstellingen te kunnen inschatten. Eindexamens waarbij alle vakken werden ondervraagd, werden voor het eerst ingevoerd in 1923; nadien kwamen er aanpassingen in 1969 en tussen 1997 en 2003. Nu zijn er drie schriftelijke proeven en één mondelinge die meerdere vakken ondervraagt.

Latijn en Grieks zijn alleen in Licei Classici hoofdvakken; leerlingen moeten dus bij het eindexamen hun kennis bewijzen door een tekst in het Italiaans te vertalen (deze tekst wordt rechtstreeks door MIUR aan de scholen bezorgd en is dus nationaal); vervolgens is er een schriftelijke proef (die meerdere vakken ondervraagt en die opgesteld wordt door de leerkrachten van de school) en een mondelinge proef die meerdere vakken ondervraagt.

IV. Hoe word je in Italië leerkracht oude talen?

Om leerkracht oude talen te worden moet een kandidaat master in de klassieke filologie zijn. Na het verwerven van het universitair diploma moet de kandidaat-leerkracht gedurende twee jaar een gespecialiseerde opleiding volgen aan de SSIS (Scuola di Specializzazione per l'Insegnamento Superiore, opgericht in de jaren 90 van de vorige eeuw). Nadat de kandidaat deze opleiding met succes heeft voltooid, mag hij of zij zich laten inschrijven op de lijst van geslaagden en solliciteren voor een betrekking. Deze betrekkingen worden toegewezen door een centrale dienst die bij de toewijzing rekening houdt met de plaats van de leerkracht op de lijst van geslaagden. De betrekking kan beperkt zijn in de tijd of onbeperkt zijn, afhankelijk van de genomen beslissing.

V. Verdere informatie

Onderstaande websites geven meer informatie:
http://www.edscuola.it/
http://www.tecnicadellascuola.it/
http://www.istruzione.it/