|
LAN in een didactische wereld |
|
|
|
door Annarella Perra,
Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken
Technologie evolueert voortdurend en innovatie in ICT blijft het onderwijs uitdagen: ze versnelt zelfs het ritme van de didactische aanpak. Leerkrachten kunnen het zich niet veroorloven om geïsoleerd te raken en ze moeten alle nieuwe leermogelijkheden grondig bestuderen, zoals bv. het “local area network” (LAN).
Een nieuw en zeer belangrijk gegeven is samenwerking met allen die ons wereldje bevolken, van leerkrachten tot leerlingen: een sleutelgegeven van het nieuwe didactische scenario is het delen van bronnen, en dat kan vergemakkelijkt worden door een Local Area Network. Hier kunnen we interne en externe bronnen integreren, ze gebruiken op school terwijl we terzelfder tijd in staat zijn contact te houden met de “echte” wereld buiten de school. Hierdoor kunnen we de grenzen van traditioneel “leren op school” overstijgen en samenwerken over de grenzen van de vakken heen, terwijl we zuinig maar efficiënt werken.
We moeten ons daarbij voor ogen houden dat die rol van de leerkracht nieuw is en nog niet volledig vastligt. De leerkracht wordt een soort coördinator in een werkproces dat geconcentreerd is op motiveren en begeleiden van studenten in het verwerven van goede studiemethodes. Dit nieuw perspectief laat toe de nadruk te leggen op samenwerking en groepswerk. Zo kan zich in onze scholen een echte leer-gemeenschap vormen, met intellectuele groei op verschillenden domeinen, door een proces van delen en vergelijken.
Op een LAN kunnen leerkrachten oude talen gebruik maken van:
-
een persoonlijke map waar ze hun lesnota’s en al hun lesmateriaal voor dagelijks gebruik kunnen opslaan, zoals Latijnse en Griekse documenten, beeldmateriaal, teksten en toetsen;
-
een map (voor elke klasgroep) waarin de studenten hun eigen documenten kunnen bewaren of webpagina’s van het internet die ze in hun opdrachten gebruikt hebben of die aangeraden werden door hun leerkracht;
-
een archief van materiaal voor gezamenlijk gebruik om opzoekwerk of discussies te ondersteunen, zoals een elektronische schoolbibliotheek of leerlingenbibliotheek;
-
gemeenschappelijk en gecontroleerd gebruik van het internet en andere communicatiemiddelen zoals e-mail of chat;
-
elektronische uitrusting zoals printers en scanners.
-
een archief van materiaal voor gezamenlijk gebruik om opzoekwerk of discussies te ondersteunen, zoals een elektronische schoolbibliotheek of leerlingenbibliotheek;
-
gemeenschappelijk en gecontroleerd gebruik van het internet en andere communicatiemiddelen zoals e-mail of chat;
-
elektronische uitrusting zoals printers en scanners.
Maar wat is een LAN?
Een Local Area Network (LAN) is een gestructureerd netwerk van computers, verbonden in een duidelijk gedefinieerd systeem en verspreid over een plaatselijke instelling (school, bank of andere), om de gebruikers toe te laten documenten, programma’s, printers and internetverbindingen te delen over de verschillende computers. Het kan dus gaan om software of hardware; de computers maken in elk geval optimaal gebruik van de gedeelde hulpmiddelen. Heel wat scholen in heel wat EU-landen hebben de afgelopen jaren een LAN geïnstalleerd omdat het een uitstekend hulpmiddel kan zijn voor een ruim gamma van opvoedingseinddoelen.
Een LAN dat werkt als een intranet, kan op een kleinere schaal veel van de grote voordelen van het internet genereren.
Wat hebben we nodig voor een LAN?
Een LAN heeft hardware en software nodig. In elke computer moet een netwerkkaart geïnstalleerd worden; dan moeten de verbindingen tussen de computers gelegd worden en tenslotte moet de software geïnstalleerd worden. Technische taken en beheer vallen onder de bevoegdheid van netwerkbeheerders. Eigenlijk is de enige vraag die een leerkracht oude talen moet stellen: “Wie is de netwerkbeheerder?”
Een LAN heeft een of meer netwerkbeheerders nodig, afhankelijk van de omvang: (hoeveel computerklassen zijn er op aangesloten? hoeveel afzonderlijke werkstations?). Basistaken van de netwerkbeheerder zijn het aanzetten en uitschakelen van de computers, de log in-activiteit controleren en leerkrachten en leerlingen toegang verlenen tot het netwerk.
Waarom hebben we een LAN nodig?
Een goed uitgebouwd LAN garandeert dat de gebruikers een nieuw en universeel communicatiesysteem kunnen delen en dat leerlingen gemotiveerder zijn omdat ze het schoolleven nauwer zien aansluiten bij de echte wereld buiten de schoolmuren. Het fundamenteel waardevolste aspect is het delen van bronnen, van didactische software tot intranetproducties en eigen websites op het internet. In een moderne schoolomgeving is niet beschikken over een LAN een teken van armoede.
Het echte voordeel van een LAN
Een LAN brengt een aantal voordelen mee voor een school:
- men deelt van bronnen en gegevens;
- er zijn internetverbindingen beschikbaar met gecontroleerde toegang en er is in een rooster uitgewerkte toegang voor de leerlingen;
- er is gedeeld gebruik van software en beheer van toegang, zeker in computerklassen;
- een groot aantal gebruikers kan dure apparatuur delen zoals printers en scanners;
- communicatie via e-mail wordt mogelijk;
- leerkrachten kunnen nu hun eigen bronnen tonen, en kunnen het werk van hun leerlingen direct controleren;
- er wordt binnen de veilige schoolomgeving contact mogelijk met de wereld buiten de school.
Verdere informatie
Zie ook LAN and didactic motives (in het Italiaans) op http://www.docenti.org/td/riflessioni/larete.htm
Om meer te weten over technische aspecten en mogelijkheden van een LAN:
http://www.cisco.com/univercd/cc/td/doc/cisintwk/ito_doc/introlan.htm
Over pedagogisch en didactisch gebruik van een LAN:
http://www.webopedia.com/TERM/l/local_area_network_LAN.html
In het Italiaans vind je veel nuttige informatie over een LAN op http://www.docenti.org
|